Back to Basic

“Back to Basic, in verbinding staan met je hond terwijl ondertussen het ‘gewone’ leven door gaat.”
Een hond is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Voor de meeste mensen is dit geliefde huisdier inmiddels een waar gezinslid geworden. Toch is het opvallend dat onze honden steeds minder vanzelfsprekend door één deur kunnen met de honden die ze bijvoorbeeld tijdens een wandeling tegenkomen.

Vertrouwen

Het lijkt erop dat onze honden het vertrouwen in de omgang met hun eigen soort aan het verliezen zijn. Steeds meer zoeken zij vertrouwen bij de andere diersoort, het baasje. En dat is evolutionair gezien eigenlijk best opmerkelijk. Voor het voortbestaan van jouw eigen diersoort ben je natuurlijk in de eerste plaats afhankelijk van soortgenoten. Maar de gemiddelde huishond laat vooral zien dat zij andere honden niet nodig hebben (om te overleven). Sterker nog, met het gedrag dat veel honden tonen, maken ze vooral zichtbaar dat soortgenoten maar beter op afstand kunnen blijven.


Omgangsvormen

Naar mijn idee wordt dit veroorzaakt door de opgelegde en aangeleerde omgangsvormen. In de Westerse maatschappij hebben wij mensen de neiging om elkaar te veroordelen; je bent alleen goed als je voldoet aan bepaalde maatstaven. Onze honden lijken dit gedrag over te nemen en zich steeds meer te vervreemden van sociale omgangsvormen. Een gebrek aan socialisatie en het in stand weten te houden van sociale omgangsvormen zijn hier debet aan. Maar ook het bieden en accepteren van grenzen om veilig samen te kunnen leven, zijn van zeer groot belang. Veiligheid is namelijk belangrijker dan voedsel. Onder stress zal een dier geen voedsel tot zich nemen. En dat is maar beter ook, want stress betekent gevaar en als er gevaar dreigt dan is het niet handig om te gaan eten. Voordat je het weet, ben je, vanuit natuurlijk oogpunt gezien, het voedsel van een ander. Wat ik opvallend vind is dat honden die de status van huishond niet hebben bereikt (denk aan straathonden) wel meer vertrouwen op hun eigen soort. Zij missen (door de mens) aangeleerd gedrag, maar zijn wel opgevoed in omgangsvormen. Het opvoeden en het trainen van een hond verschillen dus wezenlijk van elkaar.


Opvoeding vs training

In de praktijk zijn er grote verschillen in opvoeding en training. In de regel is bij training slechts één begeleider wenselijk, zodat andere gezinsleden geen afleidende factor zijn tijdens de training. Bij opvoeding wordt er vooral uitgegaan van de praktijksituatie. Een situatie wordt nagebootst waarbij het wenselijk is dat de hond leert omgaan met afleidende prikkels. En dan kan het dus juist verstandig zijn om een wisselend aantal gezinsleden de (opvoedings)cursus te laten volgen. Daarnaast laat je de hond, bij training, op commando oefeningen uitvoeren. De hond staat ‘onder appel’ en voert uit waarvoor opdracht gegeven is, ongeacht of dit op positieve of negatieve wijze is aangeleerd. Bij opvoeding gaat het juist om sociaal gedrag waarvoor de hond niet expliciet een opdracht gekregen heeft.

Hersen'werk'

Ook in de hersenen van een hond gebeurt er iets anders. Bij geboorte, zowel bij ons mensen als bij onze honden, krijgen we een soort lege harde schijf, de linker hersenhelft. Alles wat na de geboorte wordt aangeleerd in de vorm van manieren, overtuigingen en regels, wordt opgeslagen in deze hersenhelft. Training is gedrag wat keer op keer wordt herhaald, erin ‘slijt’ en daarmee ook wordt opgeslagen in de linker hersenhelft. Denk bijvoorbeeld aan het leren van de tafels. Je hoeft hier op een bepaald moment niet meer over na te denken en toch weet je het antwoord.

De rechter hersenhelft is het ‘gezonde’ verstand, het zelf nadenken (mits dit kans tot ontwikkeling heeft gekregen) en datgene doen wat voor jou klopt. Deze gevoelskant is ook bij honden al ontwikkeld bij geboorte. Hoewel een hond, in tegenstelling tot de mens, niet kan beredeneren, heeft hij wel een zeer goed ontwikkeld intuïtief vermogen. Als er een ‘beladen’ sfeer hangt, voelen honden dit beter aan dan de gemiddelde mens.

Onze huidige manier van honden trainen is vooral gericht op het vullen van de linker hersenhelft. Bekende voorbeelden zijn de woorden ‘laag’ tegen het opspringen, ‘rustig’ als de hond opgewonden aan de lijn trekt, ‘zachtjes’ om je vingers te behouden met het geven van een koekje en de hond zijn mand insturen wanneer deze zich te druk door het huis beweegt. Vertoont de hond ongewenst gedrag dan denken wij vaak te veel na over het antwoord en komt dit antwoord uiteindelijk vanuit de linker hersenhelft. Daarmee maken wij onszelf eigenlijk afhankelijk van het geven van commando’s bij ongewenste gedragingen. Wanneer wij accepteren dat honden, net als wij een intuïtieve kant hebben en hier naar verhouding aandacht aan besteden, zou dit bijdragen aan honden die beter in balans zijn, oftewel lichaam en geest zijn één.


Back to Basic

Back to Basic richt zich op de basisopvoeding van een hond en, misschien wel net zo belangrijk, op de ‘opvoeding’ van de mens in omgang met een hond. Met een basisopvoeding wordt er aandacht besteed aan sociale omgangsvormen, natuurlijk gedrag en non-verbale communicatie.

Binnen Back to Basic geven wij er de voorkeur aan om te werken vanuit lichaamstaal. Niet alle oefeningen die we van onze hond wenselijk vinden hebben een commando nodig. Wanneer je wilt dat jouw hond gaat zitten, bijvoorbeeld om aan te lijnen, voordat je eten geeft of bij de stoeprand, realiseer je dan dat een hond dit na één keer ‘uitleg’ al geleerd kan hebben. Bij een volgende keer hoef je deze uitleg in de meeste gevallen dus niet meer te geven.

Steeds opnieuw commando’s geven aan dit soort ‘simpele’ verwachtingen levert vaak juist een strijd op. Door non-verbaal te werk te gaan sluit je beter aan op het natuurlijke gedrag van je hond. Je hond zal beter op jou blijven letten (met stemcommando’s is het namelijk helemaal niet nodig om je baasje in de gaten te houden) en het zal strijd voorkomen. Je leert je hond eigenlijk de regie in eigen hand te nemen, hij gaat inzien dat zijn eigen gedrag van invloed is op jouw handelswijze.

Back to Basic heeft natuurlijk gedrag als uitgangspunt en staat voor:

  • Kunnen ‘lezen en schrijven’ met je hond zonder (constant) afhankelijk te zijn van commando’s
  • Onafhankelijk zijn van rangorde regels en toch een goede relatie met je hond hebben
  • Een hond die weet wat huisregels zijn zonder onder appel te staan
  • Een hond die grenzen respecteert en aan anderen grenzen op sociale wijze kan aangeven
  • De hond zijn eigen ruimte gunnen en toch met de neuzen dezelfde kant op staan
  • Samenwerken met mens en dier vanuit wederzijds vertrouwen en respect
  • Doen wat voor jou klopt vanuit eigen-wijsheid in plaats van wat is aangeleerd
  • Werken aan opvoeding vanuit ontspannen gedrag
  • Out of the box durven denken en ook doen!